Een patiënt met een ster

Het is bijna lunchtijd op deze maandag. In de uitslaapkamer liggen een hond en twee katten bij te komen van hun sterilisatie. Onze praktijk heeft net een weekenddienst achter de rug. Bij de koffie en tussen de operaties door hebben we de weekendpatiënten met elkaar besproken. Waar nodig zoeken we vanmiddag nog telefonisch contact met de baasjes van deze patiënten. Dan komt er plotseling een spoedgeval.

We hebben net een konijn aan zijn gebit geholpen. Terwijl we het dier lekker warm en met extra zuurstof in een couveuse leggen, komt een van de balie-assistentes op me af. “Wat is er aan de hand?” vraag ik. “Er is iemand onderweg die net een aanrijding heeft gehad. Ik probeerde om door te vragen, maar er werd direct weer opgehangen. Misschien dacht de meneer dat wij een huisartsenpraktijk hebben?” We lopen samen naar de balie en ik antwoord met kalme stem: “Laten we maar even afwachten wie of wat er komt. En anders maar gauw de huisartsenpraktijk inlichten.” Bijna tegelijkertijd zien we een rode auto met redelijke snelheid onze parkeerplaats oprijden.

Grote klapper
Uit de auto stapt een nerveuze man. Hij loopt snel naar de andere kant van de auto, opent het portier en tilt daar een middelgrote hond uit. Met grote passen loopt hij de kliniek binnen. “Ik heb net gebeld,” zegt hij gespannen als hij onze vragende blikken ziet. “Loop snel door,” roepen we bijna in koor. We doen de deur naar de spreekkamer open. Als de hond op de behandeltafel ligt vertelt de man zijn verhaal. “Ik reed net achterop een andere auto. Ik remde gewoon te laat. Gelukkig reed ik niet zo hard, maar Buster lag naast mij en schoot door de klap tegen de voorruit. Het was zo’n klap dat ik meteen naar u ben toegekomen. Eerlijk gezegd schaam ik me dood en ik moet zo ook weer weg. Maar ik wilde eerst dat er naar Buster wordt gekeken.”

Een ster

Ik probeer de man gerust te stellen. “Gaat u even rustig zitten, dan gaan wij Buster bekijken.” Samen controleren we de slijmvliezen, pols, ademhaling en reflexen. De pupilreflexen zijn duidelijk vertraagd. De hond laat ook merken dat hij pijn heeft als we zijn kop en nek laten bewegen. Verder algemeen onderzoek geeft gelukkig geen duidelijke afwijkingen. We geven Buster een krachtige pijnstiller en een ontstekingsremmer. Ik kijk de eigenaar aan: “Waarschijnlijk is hij met zijn kop tegen de voorruit aangekomen. Daar heeft hij duidelijk last van. Is aan de voorruit ook iets te zien?” “Ja,” zegt de man, “er zit een grote ster in, dus wat u zegt zou heel goed kunnen.” Ik antwoord dat het mij verstandig lijkt om Buster even hier te houden, zodat de man terug kan naar de plaats van het ongeluk. Zo gezegd, zo gedaan. We lopen met de man mee naar buiten. Er zit inderdaad een grote ster midden op de voorruit. Verder is er geen schade zichtbaar. “Bent u in staat om te te rijden?” vraag ik. “Het gaat met mij al een stuk beter, maar ben wel erg geschrokken. Stom natuurlijk dat ik Buster zo los naast mij laat liggen. Maar ja, het gaat 99 keer goed he.”

Veiligheidsriem
Aan het eind van de middag haalt de man zijn hond weer op. Hij krijgt nog voor enkele dagen pijnstillers mee en moet een paar dagen later terugkomen voor controle. Dan blijken alle reflexen weer normaal. Alleen wil Buster niet graag de auto meer in. De man verzekert me: “Dat kan ook liggen aan de veiligheidsriem die ik heb gekocht. Ik heb er meteen een besteld. Eigenlijk zou iedereen die een hond meeneemt in de auto zo’n riem moeten hebben.” Ik vraag hem hoe hij aan de veiligheidsgordel voor honden is gekomen. “Gewoon via internet bij Dierenapotheek.nl. Even zoeken naar ‘ruff rider roadie’.” Nadat ik hem bedankt heb voor de tip lopen Buster en zijn baas weer vrolijk naar de uitgang.