De gulzige bruine labrador

De altijd vrolijke labradors Petache en Esta zijn op deze middag onze eerste patiënten. Ze komen voor de jaarlijkse gezondheidscontrole en entingen. Petache is een zwarte labrador van 8 jaar. Esta is de bruine variant van 10 jaar. De eigenaren zijn al wat ouder en wonen in het buitengebied. Ze zijn helemaal aan hun honden verknocht. Een prachtige en gelukkige combinatie! Totdat blijkt dat een van beide honden behoorlijk is aangekomen.

Labrador Petache is goed gemutst en kerngezond. De eigenaren nemen de honden regelmatig mee naar Frankrijk. De inenting tegen rabiës (hondsdolheid) is nog geldig. Omdat we alleen inentingen geven die echt nodig zijn, leggen we voor Petache alleen nieuwe wormtabletten en een tekenband klaar. Dan is Esta aan de beurt. Zij blijkt ruim 3 kilo te zijn aangekomen. Ook komt er een onprettige geur uit de oren. Het blijkt dat ze een uitwendige ontsteking aan de gehoorgang heeft.

Veelvraat

“Esta is altijd met eten bezig,” vertrouwt een van de eigenaren mij toe. “U zegt altijd dat elk pondje door het mondje gaat, maar bij Esta is dat ook echt zo. Als ze de kans krijgt eet ze alle kruimels van de vloer. Zelfs de voerbak van Petache is niet veilig. Maar daar letten wij goed op hoor!” Ik vraag of Petache ook zo graag eet. “Nee, die is lang niet zo gulzig. We hebben beide honden als pup gekregen, dus waar kan dat toch aan liggen?” vraagt de eigenaar zich hardop af. Een goede vraag, denk ik.

Ontbrekend hormoon

Dan schiet mij ineens een artikel te binnen dat ik laatst heb gelezen. Het beschrijft een onderzoek dat in Engeland is uitgevoerd bij meer dan 300 labradors. De conclusie van het onderzoek is dat bij dit hondenras in het erfelijk materiaal een mutatie (verandering) voorkomt. Hierdoor kan een hormoon, dat belangrijk is voor het verminderen van het hongergevoel, niet worden geproduceerd. De onderzoekers bestudeerden in totaal van 38 hondenrassen het erfelijk materiaal. Zij vonden deze afwijking bij de labrador en bij de flatcoated retriever, die nauw verwant is aan de labrador. Dit vertel ik aan de eigenaar.

Samen naar de sportschool
“Het kan bij Esta best in de genen zitten,” zeg ik tegen de eigenaar. “Maar voor u is dat geen aanleiding om er niets aan te doen. Zorg dat ze niet teveel voer krijgt en houd haar goed in beweging. Vanwege haar leeftijd mag de 3 kilo er wel weer af, anders worden haar botten en gewrichten te zwaar belast.” Ik geef Esta de benodigde enting en behandel de oorontsteking. Dan mag Esta weer van de behandeltafel af. Gulzig kijkt ze naar de pot met koekjes op het aanrecht. “Nee Esta, deze keer niet voor jou,” zegt de eigenaar. “Ondanks dat het misschien in je genen zit, gaan we toch iets aan je gewicht doen. Want dat is ook voor mij al jaren een uitdaging. We gaan gewoon samen naar de sportschool,” besluit de eigenaar met een brede glimlach. “Bedankt dokter en hopelijk tot volgend jaar.”

Bron: Raffan, E. et al. (2016). A Deletion in the Canine POMC Gene Is Associated with Weight and Appetite in Obesity-Prone Labrador Retriever Dogs. Cell Metabolism 23, 893-900. New York: Elsevier inc.

Achter een konijn aan

Vrijdagmorgen. Het is mooi weer. De telefoon in de praktijk gaat voortdurend en nieuwe afspraken vullen de dag al snel. In de spreekkamer controleer ik samen met de assistente een paar operatiepatiënten van twee dagen geleden. Wat blijft het mooi om te zien dat honden en katten zo snel en goed herstellen van een algehele narcose en een uitgebreide operatie!

Terwijl we bezig zijn, meldt een van onze assistentes dat iemand naar ons onderweg is met een aangereden hond. Dit gebeurt helaas wel vaker en gelukkig zijn we erop ingesteld. We spreken af dat zij het gewonde dier opvangt in de tweede spreekkamer en de eerste controles uitvoert: slijmvliezen, pols, ademhaling, reflexen. Zo kunnen wij intussen rustig onze afspraken verder afwerken. Toch krijg ik enkele minuten later de vraag om naar spreekkamer 2 te komen. ‘Dat zou wel eens foute boel kunen zijn,’ denk ik bij mezelf. Ik tref er een onrustig hijgende Canadese herder aan. De hond is niet in staat om te lopen en duidelijk in shock. De eigenaren vertellen dat de hond achter een konijn aan ging, de weg overstak en vol door een auto werd geraakt. Het is duidelijk dat ze erg zijn geschrokken.

In shock
“Ze heeft een zware klap gehad, maar aan de buitenkant is er gelukkig geen verwonding of bloed te zien,” zeg ik na een snel onderzoek. Ook zie ik geen breuken in de poten of de rug. “Ze is duidelijk in shock en we zullen de interne organen moeten bekijken, want een klaplong lijkt mij zeer goed mogelijk,” vertel ik de eigenaren. De assistente staat intussen al klaar met het karretje met alle infuusbenodigdheden. “We gaan haar eerst stabiliseren en zo snel mogelijk verder onderzoeken.” De eigenaren bied ik een kopje koffie aan. “Dan kunt u even bijkomen van de schrik.”

Echo
Na de eerste shockbehandeling en het aanleggen van het infuus blijft de hond erg onrustig, maar ze stabiliseert wel. We besluiten een echo te maken, in plaats van röntgenfoto’s, om de hond zo min mogelijk te belasten, maar wel zo snel mogelijk in te kunnen schatten of een spoedoperatie nodig is. Gelukkig is onze dierenarts-echgraaf aanwezig. Zij maakt tijd vrij om onze patiënt meteen te onderzoeken. We kijken gespanen mee op het echoscherm, waar de verschillende tinten grijs en zwart om voorrang vechten en een aantal opmerkelijke uitkomsten laten zien: alle organen in de buik zijn intact. Ook blijkt de hond geen klaplong te hebben. Maar in het kapsel van de lever is een uitgebreide bloeding zichtbaar, die zichzelf lijkt te stelpen. Hoe kan dat?

Beterder?
Een collega-dierenarts heeft mijn afspraken overgenomen, zodat we de herder goed in de gaten kunnen houden. Moeten we acuut opereren om de bloeding aan de lever te stoppen? Afwachten of het lichaam dit zelf kan oplossen? We bellen enkele specialisten bij de universiteit, maar dit levert geen pasklaar antwoord op. In overleg met de eigenaren besluiten we de hond op te nemen in onze kliniek en in de gaten te houden. Ondertussen zijn we anderhalf uur verder. We beloven de eigenaren nauwgezet op de hoogte te houden, waarna zij enigszins gerustgesteld de kliniek verlaten. Enkele uren later is de hond ‘beterder’ geworden. Deze term gebruiken we hier in de Achterhoek voor een situatie van vooruitgang, zonder dat we helemaal gerust zijn op het uiteindelijke resultaat. Volgens afspraak met de eigenaren herhalen we het echo-onderzoek, om de leverbloeding opnieuw te bekijken. Gelukkig zien we dat het zich stabiliseert. De bloeding is gestopt, het bloed is gestold en het lijkt zich te beperken tot alleen een flink deel van de lever.

Naar huis

Na twee dagen opname, shockbehandeling en monitoring mag de herder weer naar huis. Ons advies: rust en medicijnen voor nabehandeling. Twee weken later zien we het dier terug voor een controle. En na zes weken is de herder weer volledig hersteld. De hond heeft er duidelijk weer zin in. Maar hopelijk geen zin meer om achter een konijntje aan te gaan!

Een verhaal met een angel

De zomer is in aantocht. Omdat wij al studerende kinderen hebben, besluiten mijn vrouw en ik om er begin juni even samen op uit te trekken. Lekker wandelen in Zuid-Tirol, een gebied in Noord-Italië dat tegen Zwitserland en Oostenrijk aan ligt en waar Duits wordt gesproken. Lekker vooruitzicht aan het begin van de vakantieperiode.

Zuid-Tirol is een aanrader als je van wandelen houdt. We logeren in leuke kleine stadjes, of in biologische boerderijen op de alm. De natuur is heel afwisselend, met prachtige vergezichten en bijzonder aardige mensen. Wat waarschijnlijk voor de meeste Nederlanders geldt, is ons Duits duidelijk beter dan ons Italiaans. We ontmoeten er altijd volop leuke mensen. En in de rustige uurtjes genieten we van een lekker glas bier of wijn en van een goed boek.

Andere kost
Een vakantieplanning maken is elk jaar weer een heel gedoe. De schoolvakanties zijn vaak leidend. Maar waar het kan, past iedereen zich in de kliniek aan om de praktijk en de diensten ’s zomers goed te kunnen laten doorgaan. De dagen voor ons vertrek zijn als altijd druk en rommelig. Het werk gaat immers gewoon door. We dragen patiënten en afspraken over aan onze collega’s, maken ons bureau leeg (wat niet altijd eenvoudig is) en pakken thuis onze spullen in. Al jaren neem ik enkele boeken mee op vakantie. Ik verplicht mezelf om die dan ook helemaal uit te lezen. Vakliteratuur en bijscholing zijn het hele jaar al een must, dus tijdens vakanties is het tijd voor andere kost. Een poos geleden kreeg ik van een vriend een boek cadeau, met de opmerking dat ik het zeker eens moet lezen: “Het gaat over de natuur en dieren.” Ik zoek in huis waar ik het boek heb gelaten en stop het even later in mijn koffer.

Hommels en bijen
Het gaat om de vertaling van het boek ‘A Sting in the Tale’ van Dave Goulson, hoogleraar in de biologie. De Nederlandse vertaling luidt ‘Een verhaal met een angel’. het beschrijft op intrigerende wijze met leuke anekdotes de nut en de noodzaak van hommels en bijen voor ons leven. Wist u bijvoorbeeld dat deze insecten voor het bestuiven van vele groenten- en fruitsoorten onmisbaar zijn? En dat wij overal ter wereld deze nuttige dieren effectief aan het uitroeien zijn?

Oproep
Van nature ben ik geen hemelbestormer. Maar dit boek heb ik met erg veel interesse gelezen. Het gaf mijn kijk op insecten deze vakantie een nieuwe dimensie: hoe simpel kan het zijn als wij in elke tuin of op elk balkon bloemen houden waar hommels en bijen effectief gebruik van mogen maken? Daarom sluit ik me graag aan bij de oproep van de auteur om deze boodschap verder te verspreiden. Goulson: ‘We begrijpen nog maar nauwelijks hoe complex de interactie tussen levende wezens op aarde is, maar we kiezen er vaak voor het onvervangbare weg te doen, om datgene wat ons in leven houdt en het leven de moeite waard maakt af te danken. Misschien dat we morgen de wereld kunnen redden als we vandaag een bij beschermen?’

Een verhaal met een angel Dave Goulson.indd
Het verhaal met een angel
Dave Goulson
Uitgeverij Atlas Contact
ISBN 978 90 450 2640 4

Dierenliefde

Eind maart. Een voorjaarsstorm waait met kracht negen over Nederland. Zoals gebruikelijk horen we de hele dag op de radio waarschuwingen dat het vandaag écht waait. Ook in de kliniek verloopt de dag anders dan normaal. Op dergelijke dagen gedragen mensen (onze cliënten) en dieren (onze patiënten) zich net iets onrustiger.

Als ik aan het eind van de dag naar huis rijd, verbaas ik me toch nog over de vele afgewaaide boomtakken op de weg. ‘Ik ben benieuwd of ik in de avonddienst nog wat te doen krijg,’ mompel ik in mezelf. De avond verloopt echter rustig. Maar tegen tien uur gaat toch de telefoon.

“Leeft hij nog?”
Een zenuwachtige vrouwenstem; “Spreek ik met de dierenarts? Ha fijn! Ik ben net gestopt langs de kant van de weg, omdat ik zag dat een andere auto over een wilde eend heenreed. Die ligt nu midden op de weg.” Ik vraag voorzichtig of de vrouw wil kijken of het dier nog leeft. “Nou, dat durf ik echt niet hoor!” antwoordt ze. “Blijf maar waar u bent. Ik kom wel naar u toe.” Uit mijn schuur haal ik een kartonnen doos. Ik pak de autosleutels en loop naar de auto. Het waait nog flink als ik naar de plek des onheils rijd. Daar tref ik de vrouw aan, samen met twee beteuterde tienermeisjes. Ze hebben op me gewacht.

Op drift
Midden op de weg ligt de wilde eend in een plasje bloed. Maar een paar meter verderop zie ik een tweede eend liggen. Vragend kijk ik drie paar ogen aan. Hoe kan dat? Met een trillende stem zegt een van de tienermeisjes: “De mannetjeseend ging naast het dode vrouwtje zitten. Hij wilde niet weg. Toen kwam er nog een auto en ….” Ze huivert. “Ik begrijp het al, zeg ik. “Wat ontzettend sneu. Waarschijnlijk is het koppeltje door de harde wind uit het water gejaagd en op drift geraakt. Als ze elkaar net hebben gevonden, willen ze niet bij elkaar weg tot ze een nest hebben gemaakt.”

Mooi vak?
Ik pak beide eenden, of wat ervan over is, voorzichtig op en leg ze in de kartonnen doos. “Bedankt voor het melden, ik zal er verder voor zorgen.” Terwijl ik naar de kliniek rijd om de doos in de koeling te zetten, denk ik bij mezelf dat dit een mooi, maar triest voorbeeld is van dierenliefde. Mensen gaan hier zo verschillend mee om en dat is toch bijzonder om te ervaren.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Goed gechipt

Vrijdagmorgen, kwart voor acht. De praktijk is net open en een van onze cliënten staat met een slaperig hoofd en een kattenmand voor de balie. Hij vond de avond ervoor een Siamese kat. Of we willen kijken of het dier was gechipt, zodat het dier weer terug kon naar de eigenaar.

Een van onze assistentes wist zich met die vraag wel raad. Ze controleerde de chip van de Siamees en gelukkig was de poes geregistreerd. En gelukkig stonden ook de telefoonnummers erbij, dus kon de eigenaar snel worden gebeld.

Op straat
De man had de Siamees de avond ervoor bijna onder de auto gehad, hij kon nog op tijd remmen, maar het scheelde niet veel. Ondanks de draaiende motor was de poes onder de auto gaan zitten. En tot zijn grote verbazing sprong het dier, na een vriendelijk ‘poespoes’ in de auto. Welke kat doet dat? Veilig in de auto had de man haar mee naar huis genomen. Omdat het te laat was om nog bij de Dierenambulance of Amivedi terecht te kunnen, besloot hij de poes die nacht bij zijn eigen twee poezen in huis te houden. Je kon het dier toch niet zomaar weer op straat zetten? En midden in de nacht een dierenarts bellen was geen optie, het was immers geen spoedgeval.

Nachtrust?
De Siamees bleek behoorlijk krols te zijn en was erg aanhalig. Aan haar stembanden mankeerde niets, want schreeuwen kon ze als de beste! Ten opzichte van de andere twee poezen was ze duidelijk de baas. Even wennen en blazen, maar na een paar uur ging het onderling redelijk en ze hadden de ruimte. Tijd om naar bed te gaan. Maar van slapen kwam weinig: het was even vijf minuten stil en dan begon de Siamees uit krolsigheid weer te miauwen. Met andere woorden: niemand deed een oog dicht, ook de katten niet.

Herenigd
De eigenaren bleken aan de andere kant van de wijk te wonen. Ze hadden hun Siamese kat de hele middag en avond lopen zoeken en zelf hadden ze ook geen oog dichtgedaan. Ze waren dan ook erg opgelucht en blij dat hun dier weer terecht was. De Siamees was acht maanden oud, voor de eerste keer krols en dus …. ontsnapt. In onze praktijk zien we dat dieren wel zijn gechipt, maar niet altijd zijn geregistreerd. Of de eigenaar is verhuisd, maar heeft de adreswijziging niet in de databank laten aanpassen. Gelukkig kon deze Siamees snel met de eigenaren worden herenigd. En, heel verstandig van de eigenaren, ze maakten ook meteen een afspraak om de poes te laten steriliseren.