Achter een konijn aan

Vrijdagmorgen. Het is mooi weer. De telefoon in de praktijk gaat voortdurend en nieuwe afspraken vullen de dag al snel. In de spreekkamer controleer ik samen met de assistente een paar operatiepatiënten van twee dagen geleden. Wat blijft het mooi om te zien dat honden en katten zo snel en goed herstellen van een algehele narcose en een uitgebreide operatie!

Terwijl we bezig zijn, meldt een van onze assistentes dat iemand naar ons onderweg is met een aangereden hond. Dit gebeurt helaas wel vaker en gelukkig zijn we erop ingesteld. We spreken af dat zij het gewonde dier opvangt in de tweede spreekkamer en de eerste controles uitvoert: slijmvliezen, pols, ademhaling, reflexen. Zo kunnen wij intussen rustig onze afspraken verder afwerken. Toch krijg ik enkele minuten later de vraag om naar spreekkamer 2 te komen. ‘Dat zou wel eens foute boel kunen zijn,’ denk ik bij mezelf. Ik tref er een onrustig hijgende Canadese herder aan. De hond is niet in staat om te lopen en duidelijk in shock. De eigenaren vertellen dat de hond achter een konijn aan ging, de weg overstak en vol door een auto werd geraakt. Het is duidelijk dat ze erg zijn geschrokken.

In shock
“Ze heeft een zware klap gehad, maar aan de buitenkant is er gelukkig geen verwonding of bloed te zien,” zeg ik na een snel onderzoek. Ook zie ik geen breuken in de poten of de rug. “Ze is duidelijk in shock en we zullen de interne organen moeten bekijken, want een klaplong lijkt mij zeer goed mogelijk,” vertel ik de eigenaren. De assistente staat intussen al klaar met het karretje met alle infuusbenodigdheden. “We gaan haar eerst stabiliseren en zo snel mogelijk verder onderzoeken.” De eigenaren bied ik een kopje koffie aan. “Dan kunt u even bijkomen van de schrik.”

Echo
Na de eerste shockbehandeling en het aanleggen van het infuus blijft de hond erg onrustig, maar ze stabiliseert wel. We besluiten een echo te maken, in plaats van röntgenfoto’s, om de hond zo min mogelijk te belasten, maar wel zo snel mogelijk in te kunnen schatten of een spoedoperatie nodig is. Gelukkig is onze dierenarts-echgraaf aanwezig. Zij maakt tijd vrij om onze patiënt meteen te onderzoeken. We kijken gespanen mee op het echoscherm, waar de verschillende tinten grijs en zwart om voorrang vechten en een aantal opmerkelijke uitkomsten laten zien: alle organen in de buik zijn intact. Ook blijkt de hond geen klaplong te hebben. Maar in het kapsel van de lever is een uitgebreide bloeding zichtbaar, die zichzelf lijkt te stelpen. Hoe kan dat?

Beterder?
Een collega-dierenarts heeft mijn afspraken overgenomen, zodat we de herder goed in de gaten kunnen houden. Moeten we acuut opereren om de bloeding aan de lever te stoppen? Afwachten of het lichaam dit zelf kan oplossen? We bellen enkele specialisten bij de universiteit, maar dit levert geen pasklaar antwoord op. In overleg met de eigenaren besluiten we de hond op te nemen in onze kliniek en in de gaten te houden. Ondertussen zijn we anderhalf uur verder. We beloven de eigenaren nauwgezet op de hoogte te houden, waarna zij enigszins gerustgesteld de kliniek verlaten. Enkele uren later is de hond ‘beterder’ geworden. Deze term gebruiken we hier in de Achterhoek voor een situatie van vooruitgang, zonder dat we helemaal gerust zijn op het uiteindelijke resultaat. Volgens afspraak met de eigenaren herhalen we het echo-onderzoek, om de leverbloeding opnieuw te bekijken. Gelukkig zien we dat het zich stabiliseert. De bloeding is gestopt, het bloed is gestold en het lijkt zich te beperken tot alleen een flink deel van de lever.

Naar huis

Na twee dagen opname, shockbehandeling en monitoring mag de herder weer naar huis. Ons advies: rust en medicijnen voor nabehandeling. Twee weken later zien we het dier terug voor een controle. En na zes weken is de herder weer volledig hersteld. De hond heeft er duidelijk weer zin in. Maar hopelijk geen zin meer om achter een konijntje aan te gaan!

Een verhaal met een angel

De zomer is in aantocht. Omdat wij al studerende kinderen hebben, besluiten mijn vrouw en ik om er begin juni even samen op uit te trekken. Lekker wandelen in Zuid-Tirol, een gebied in Noord-Italië dat tegen Zwitserland en Oostenrijk aan ligt en waar Duits wordt gesproken. Lekker vooruitzicht aan het begin van de vakantieperiode.

Zuid-Tirol is een aanrader als je van wandelen houdt. We logeren in leuke kleine stadjes, of in biologische boerderijen op de alm. De natuur is heel afwisselend, met prachtige vergezichten en bijzonder aardige mensen. Wat waarschijnlijk voor de meeste Nederlanders geldt, is ons Duits duidelijk beter dan ons Italiaans. We ontmoeten er altijd volop leuke mensen. En in de rustige uurtjes genieten we van een lekker glas bier of wijn en van een goed boek.

Andere kost
Een vakantieplanning maken is elk jaar weer een heel gedoe. De schoolvakanties zijn vaak leidend. Maar waar het kan, past iedereen zich in de kliniek aan om de praktijk en de diensten ’s zomers goed te kunnen laten doorgaan. De dagen voor ons vertrek zijn als altijd druk en rommelig. Het werk gaat immers gewoon door. We dragen patiënten en afspraken over aan onze collega’s, maken ons bureau leeg (wat niet altijd eenvoudig is) en pakken thuis onze spullen in. Al jaren neem ik enkele boeken mee op vakantie. Ik verplicht mezelf om die dan ook helemaal uit te lezen. Vakliteratuur en bijscholing zijn het hele jaar al een must, dus tijdens vakanties is het tijd voor andere kost. Een poos geleden kreeg ik van een vriend een boek cadeau, met de opmerking dat ik het zeker eens moet lezen: “Het gaat over de natuur en dieren.” Ik zoek in huis waar ik het boek heb gelaten en stop het even later in mijn koffer.

Hommels en bijen
Het gaat om de vertaling van het boek ‘A Sting in the Tale’ van Dave Goulson, hoogleraar in de biologie. De Nederlandse vertaling luidt ‘Een verhaal met een angel’. het beschrijft op intrigerende wijze met leuke anekdotes de nut en de noodzaak van hommels en bijen voor ons leven. Wist u bijvoorbeeld dat deze insecten voor het bestuiven van vele groenten- en fruitsoorten onmisbaar zijn? En dat wij overal ter wereld deze nuttige dieren effectief aan het uitroeien zijn?

Oproep
Van nature ben ik geen hemelbestormer. Maar dit boek heb ik met erg veel interesse gelezen. Het gaf mijn kijk op insecten deze vakantie een nieuwe dimensie: hoe simpel kan het zijn als wij in elke tuin of op elk balkon bloemen houden waar hommels en bijen effectief gebruik van mogen maken? Daarom sluit ik me graag aan bij de oproep van de auteur om deze boodschap verder te verspreiden. Goulson: ‘We begrijpen nog maar nauwelijks hoe complex de interactie tussen levende wezens op aarde is, maar we kiezen er vaak voor het onvervangbare weg te doen, om datgene wat ons in leven houdt en het leven de moeite waard maakt af te danken. Misschien dat we morgen de wereld kunnen redden als we vandaag een bij beschermen?’

Een verhaal met een angel Dave Goulson.indd
Het verhaal met een angel
Dave Goulson
Uitgeverij Atlas Contact
ISBN 978 90 450 2640 4

Dierenliefde

Eind maart. Een voorjaarsstorm waait met kracht negen over Nederland. Zoals gebruikelijk horen we de hele dag op de radio waarschuwingen dat het vandaag écht waait. Ook in de kliniek verloopt de dag anders dan normaal. Op dergelijke dagen gedragen mensen (onze cliënten) en dieren (onze patiënten) zich net iets onrustiger.

Als ik aan het eind van de dag naar huis rijd, verbaas ik me toch nog over de vele afgewaaide boomtakken op de weg. ‘Ik ben benieuwd of ik in de avonddienst nog wat te doen krijg,’ mompel ik in mezelf. De avond verloopt echter rustig. Maar tegen tien uur gaat toch de telefoon.

“Leeft hij nog?”
Een zenuwachtige vrouwenstem; “Spreek ik met de dierenarts? Ha fijn! Ik ben net gestopt langs de kant van de weg, omdat ik zag dat een andere auto over een wilde eend heenreed. Die ligt nu midden op de weg.” Ik vraag voorzichtig of de vrouw wil kijken of het dier nog leeft. “Nou, dat durf ik echt niet hoor!” antwoordt ze. “Blijf maar waar u bent. Ik kom wel naar u toe.” Uit mijn schuur haal ik een kartonnen doos. Ik pak de autosleutels en loop naar de auto. Het waait nog flink als ik naar de plek des onheils rijd. Daar tref ik de vrouw aan, samen met twee beteuterde tienermeisjes. Ze hebben op me gewacht.

Op drift
Midden op de weg ligt de wilde eend in een plasje bloed. Maar een paar meter verderop zie ik een tweede eend liggen. Vragend kijk ik drie paar ogen aan. Hoe kan dat? Met een trillende stem zegt een van de tienermeisjes: “De mannetjeseend ging naast het dode vrouwtje zitten. Hij wilde niet weg. Toen kwam er nog een auto en ….” Ze huivert. “Ik begrijp het al, zeg ik. “Wat ontzettend sneu. Waarschijnlijk is het koppeltje door de harde wind uit het water gejaagd en op drift geraakt. Als ze elkaar net hebben gevonden, willen ze niet bij elkaar weg tot ze een nest hebben gemaakt.”

Mooi vak?
Ik pak beide eenden, of wat ervan over is, voorzichtig op en leg ze in de kartonnen doos. “Bedankt voor het melden, ik zal er verder voor zorgen.” Terwijl ik naar de kliniek rijd om de doos in de koeling te zetten, denk ik bij mezelf dat dit een mooi, maar triest voorbeeld is van dierenliefde. Mensen gaan hier zo verschillend mee om en dat is toch bijzonder om te ervaren.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Goed gechipt

Vrijdagmorgen, kwart voor acht. De praktijk is net open en een van onze cliënten staat met een slaperig hoofd en een kattenmand voor de balie. Hij vond de avond ervoor een Siamese kat. Of we willen kijken of het dier was gechipt, zodat het dier weer terug kon naar de eigenaar.

Een van onze assistentes wist zich met die vraag wel raad. Ze controleerde de chip van de Siamees en gelukkig was de poes geregistreerd. En gelukkig stonden ook de telefoonnummers erbij, dus kon de eigenaar snel worden gebeld.

Op straat
De man had de Siamees de avond ervoor bijna onder de auto gehad, hij kon nog op tijd remmen, maar het scheelde niet veel. Ondanks de draaiende motor was de poes onder de auto gaan zitten. En tot zijn grote verbazing sprong het dier, na een vriendelijk ‘poespoes’ in de auto. Welke kat doet dat? Veilig in de auto had de man haar mee naar huis genomen. Omdat het te laat was om nog bij de Dierenambulance of Amivedi terecht te kunnen, besloot hij de poes die nacht bij zijn eigen twee poezen in huis te houden. Je kon het dier toch niet zomaar weer op straat zetten? En midden in de nacht een dierenarts bellen was geen optie, het was immers geen spoedgeval.

Nachtrust?
De Siamees bleek behoorlijk krols te zijn en was erg aanhalig. Aan haar stembanden mankeerde niets, want schreeuwen kon ze als de beste! Ten opzichte van de andere twee poezen was ze duidelijk de baas. Even wennen en blazen, maar na een paar uur ging het onderling redelijk en ze hadden de ruimte. Tijd om naar bed te gaan. Maar van slapen kwam weinig: het was even vijf minuten stil en dan begon de Siamees uit krolsigheid weer te miauwen. Met andere woorden: niemand deed een oog dicht, ook de katten niet.

Herenigd
De eigenaren bleken aan de andere kant van de wijk te wonen. Ze hadden hun Siamese kat de hele middag en avond lopen zoeken en zelf hadden ze ook geen oog dichtgedaan. Ze waren dan ook erg opgelucht en blij dat hun dier weer terecht was. De Siamees was acht maanden oud, voor de eerste keer krols en dus …. ontsnapt. In onze praktijk zien we dat dieren wel zijn gechipt, maar niet altijd zijn geregistreerd. Of de eigenaar is verhuisd, maar heeft de adreswijziging niet in de databank laten aanpassen. Gelukkig kon deze Siamees snel met de eigenaren worden herenigd. En, heel verstandig van de eigenaren, ze maakten ook meteen een afspraak om de poes te laten steriliseren.

Een bijzondere blaasontsteking

“Goedemorgen”, klinkt een bekende stem aan de andere kant van de lijn, als onze assistente de telefoon opneemt. “Rosie begint weer zo vaak te plassen. Kunt u een kuurtje klaarleggen?” het is een van onze vaste cliënten, die meerdere honden heeft. Rosie is een gezellige en brutale ruwharige teckel. Ze is ruim zeven maanden oud en we hebben haar enige weken geleden behandeld voor een blaasontsteking.

Het antwoord van onze assistente is vastberaden. “U weet dat ik niet zomaar een kuurtje voor u mag klaarleggen. Wilt u van Rosie wat urine opvangen en naar de kliniek brengen voor onderzoek? Dan zal de dierenarts u terugbellen.” Ze spreekt met de eigenaresse van Rosie af dat het hondje even wordt uitgelaten. “Dan zal ik wat urine opvangen. In een schoon buisje toch?” “Ja,” antwoordt de assistente, “helemaal goed, tot straks!”

Urineonderzoek
Even later ligt het buisje van Rosie op de balie in een plastic zakje met haar naam erop. De klachten van het hondje hebben we doorgenomen met haar baasje en in ons laboratorium gaan we de urine onderzoeken. Hier gebruiken we een centrifuge voor, waarin het buisje razendsnel ronddraait. Onderin het buisje hoopt het sediment zich op. Dat onderzoeken we onder de microscoop. De zuurgraad van de urine is normaal. Toch vinden we enkele kristalletjes en bacteriën. Vreemd voor zo’n jonge teef die als is behandeld voor een blaasontsteking. We vermoeden dat de eerste loopsheid zich aandient.

Echo
Ik bel de eigenaresse. In het gesprek wordt duidelijk dat Rosie nog geen verschijnselen van loopsheid laat zien. Met de eigenaresse spreken we af dat we een echo zullen maken. Daarmee verwachten we de oorzaak te kunnen vaststellen. Twee dagen later komt Rosie in onze praktijk voor het echo-onderzoek. Ze laat zich gemakkelijk op de rug leggen. De assistente scheert licht de haren van de buik en smeert de kale plek dun in met echo-gel, zodat we de blaas en andere organen goed kunnen bekijken. Dit gebeurt meestal zonder enige verdoving of narcose, omdat het onderzoek pijnloos is en de meeste dieren het gemakkelijk toelaten.

Blaasstenen
In de blaas zien we al snel twee blaassteentjes van ongeveer acht en tien millimeter doorsnede. De nieren en afvoerwegen naar de blaas en de plasbuis zien er goed uit. De baarmoeder en de eierstokken zijn nog niet actief, wat volkomen normaal is bij zo’n jonge teef. We doen een blaaspunctie, waarbij we een klein stukje weefsel wegnemen voor nader onderzoek. Daarna bespreken we onze bevindingen met de eigenaresse van Rosie.

Operatie
Het is bijzonder dat bij zo’n jonge hond blaassteentjes voorkomen. Ik leg de eigenaresse uit dat het niet zal helpen als we de hond hiervoor alleen medicijnen geven. Een operatie zal wel helpen en we besluiten dat Rosie de volgende ochtend wordt geopereerd. Beide blaassteentjes worden verwijderd. Rosie mag ’s middags weer naar huis met medicijnen voor een nabehandeling. Tien dagen later komt de eigenaresse met Rosie voor een eindcontrole. Rosie rent uitbundig door de spreekkamer en de eigenaresse verzekert ons dat de teckel nog nooit zo vrolijk was als in de laatste week. Houden zo, Rosie!